De Verkeerscentrale Amsterdam (VCA) is het kloppend hart van de stedelijke mobiliteit. Vanuit dit gebouw wordt het verkeer in en rond de stad gemonitord en aangestuurd. De nieuwbouw bood een unieke kans om deze cruciale functie te huisvesten in een gebouw dat niet alleen technisch geavanceerd is, maar ook een voorbeeld stelt op het gebied van duurzaamheid.
De gemeente Amsterdam werkt stap voor stap aan een klimaatneutrale stad, waardoor haar duurzaamheidsdoelstellingen van toepassing waren op dit project. Haskoning werkte samen met Witteveen+Bos om de ambities al vanaf het Programma van Eisen tot en met de uitvoering te vertalen naar concrete maatregelen.
De belangrijkste uitgangspunten waren:
Het resultaat is een gebouw dat met energielabel A++++ ruimschoots voldoet aan de eisen voor Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG 2015). Dankzij 124 zonnepanelen op het dak levert het gebouw zelfs meer energie dan het verbruikt. De energiebehoefte is geminimaliseerd door een slimme bouwkundige opzet, hoogwaardige isolatie en het gebruik van hernieuwbare energiebronnen.
Verwarming en koeling worden verzorgd via warmtepompen die energie uit de buitenlucht benutten. Daarnaast wordt restwarmte van technische installaties hergebruikt. Zo ontstaat een efficiënt en volledig fossielvrij energiesysteem.
In de dynamiek van Amsterdam biedt de duurzame verkeerscentrale een serene werkplek waar verkeersleiding 24/7 tunnels en wegennet monitort voor bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid.
Wat direct opvalt aan het gebouw is de houten draagconstructie. Het drie lagen tellende gebouw bestaat grotendeels uit CLT-vloeren (kruislaaghout), gecombineerd met een betonnen kern voor stabiliteit en brandwerendheid bij de trappen, schachten en het datacenter. Deze hybride constructie combineert duurzaamheid met robuustheid: het slaat CO₂ op, geeft het gebouw een warme uitstraling en draagt bij aan een rustige werkomgeving.
Vanuit de entree is de centrale trap direct zichtbaar. De lift is bewust iets uit het zicht geplaatst om het gebruik van de trap te stimuleren. Een subtiele ontwerpkeuze die gezondheid en duurzaamheid verbindt.
De architectuur van het gebouw draagt actief bij aan het binnenklimaat en het energieverbruik. Het atrium met binnenbeplanting vormt het hart van het gebouw en zorgt voor natuurlijke lichtinval, bevordert interactie en draagt bij aan een prettig werkklimaat. De noordgevel is bewust open gehouden om oververhitting door zoninstraling te voorkomen, terwijl de andere gevels juist gesloten zijn voor optimale isolatie. De ramen zijn voorzien van driedubbel glas met hoge isolatiewaarden, en de gevel is opgebouwd uit panelen van gerecycled aluminium en staal, waarmee bewust gekozen is voor hergebruik van materialen.
Het dak is voorzien van een groendak dat bijdraagt aan waterretentie en biodiversiteit en daarnaast de efficiëntie van de zonnepanelen verhoogt. Regenwater wordt opgevangen in een WADI-systeem, waarmee minimaal 60 liter per m² bebouwd oppervlak wordt gebufferd en vertraagd afgevoerd, met een maximale lozing van slechts 1 liter per m² op het riool.
Het gebouw en de gebouwinstallaties zijn ontworpen met maximale energie-efficiëntie als uitgangspunt. Daarbij is het Trias Energetica principe gehanteerd. Allereerst wordt de energievraag zoveel mogelijk beperkt. Vervolgens wordt gebruikgemaakt van hernieuwbare bronnen, en pas in laatste instantie komt fossiele energie, zo efficiënt mogelijk, aan bod. Deze laatste stap is in de nieuwe verkeerscentrale niet van toepassing. Alle primaire energie komt namelijk uit hernieuwbare bronnen.
Terwijl medewerkers in de Verkeerscentrale de mobiliteit in de stad aansturen, zorgen energie-efficiënte installaties op de achtergrond voor een duurzaam gebouwbeheer. Zo maakt het ventilatiesysteem gebruik van warmteterugwinning met een rendement van minimaal 80%. Het geïntegreerde warmtewiel in de luchtbehandelingskast recupereert bovendien ook vocht, waardoor extra bevochtiging overbodig is.
Ook de inrichting van het terrein draagt bij aan de duurzame ambities. De overkappingen voor auto's en fietsen zijn uitgevoerd in hout en voorzien van mos-/sedumdaken. Er zijn laadpunten aanwezig om elektrische mobiliteit te stimuleren. De bestrating en terreininrichting zijn uitgevoerd met duurzame materialen en gericht op minimale milieubelasting.
De Verkeerscentrale Amsterdam is een toonbeeld van hoe technische expertise, visie en samenwerking kunnen leiden tot een gebouw dat niet alleen functioneel en toekomstbestendig is, maar ook een actieve bijdrage levert aan de duurzaamheidsdoelen van de stad.
Wil jij ook weten hoe je een toekomstbestendig gebouw kan realiseren passend bij jouw ambities?