ZZS en het VRP: wat betekent dit voor uw organisatie?

Steeds meer bedrijven krijgen te maken met Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) en de verplichting om een Vermijdings- en Reductieprogramma (VRP) op te stellen. In de praktijk blijkt dit vaak complexer dan verwacht.
Abstracte moleculen als visuele weergave van chemische stoffen in milieu en industrie.
Steeds meer bedrijven krijgen te maken met Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) en de verplichting om een Vermijdings- en Reductieprogramma (VRP) op te stellen. In de praktijk blijkt dit vaak complexer dan verwacht. 

ZZS, beleid en regelgeving 

ZZS zijn stoffen die schadelijk kunnen zijn voor mens en milieu. Denk bijvoorbeeld aan stoffen die kankerverwekkend zijn, de voortplanting beïnvloeden of zich ophopen in de voedselketen. De meest bekende groep zijn de PFAS: een verzameling van circa 6000 stoffen waarvoor inmiddels een Europees ‘nee, tenzij’-principe geldt. 

Mensen en ecosystemen kunnen met ZZS in aanraking komen via lucht, water en bodem, maar ook via voedsel, de werkplek of producten. Het RIVM beheert een lijst met ZZS die regelmatig wordt geactualiseerd. 

Vanwege de risico’s voor milieu en volksgezondheid verplicht de Nederlandse overheid bedrijven om emissies van ZZS naar lucht en water zoveel mogelijk te voorkomen en, waar dat niet kan, te minimaliseren. Deze verplichting is verankerd in de Omgevingswet en meer concreet in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). 

Voor bedrijven met relevante emissies betekent dit dat zij elke vijf jaar een VRP moeten opstellen. Hierin wordt inzichtelijk gemaakt: 

  • welke ZZS aanwezig zijn en kunnen vrijkomen 
  • welke maatregelen mogelijk zijn om deze te vermijden 
  • en, als dat niet kan, hoe emissies kunnen worden beperkt 

Daarnaast gelden er verplichtingen in de keten. Producenten en leveranciers moeten ZZS registreren in de SCIP-database van ECHA. Sinds 1 juli 2025 zijn ook ontdoeners van afvalstoffen verplicht om bekende ZZS te melden aan afnemers. 

Wat is een VRP? 

Op grond van artikel 5.24 van het Bal moet een Vermijdings- en Reductieprogramma (VRP) ten minste de volgende onderdelen bevatten: 

  • mogelijkheden om het gebruik van ZZS aan de bron te vermijden
  • technieken om emissies naar lucht en water te voorkomen of te beperken
  • informatie over de bedrijfszekerheid en kosten van deze technieken
  • inzicht in milieu-impact en mogelijke afwentelingseffecten 

Het RIVM en IPLO hebben hiervoor een uitgebreid stappenplan ontwikkeld dat bedrijven helpt om dit gestructureerd aan te pakken. 

VRP in de praktijk: waar zit de uitdaging? 

Het opstellen van een VRP is in de praktijk geen eenvoudige opgave. Het vraagt niet alleen kennis van wet- en regelgeving en lucht- en waterkwaliteit, maar juist ook van chemie, procestechnologie en de bedrijfsvoering zelf. 

Binnen Haskoning is brede kennis en ervaring gebundeld binnen de diverse benodigde expertisegebieden en mede daarom werken we al geruime tijd aan VRP’s voor uiteenlopende bedrijven. Daarbij zien we dat de grootste uitdagingen vaak liggen in: 

  • het verkrijgen van inzicht in aanwezige ZZS 
  • het ontbreken van meetdata en analysemethoden
  • en de vertaling van theorie naar praktische maatregelen 

Voor bedrijven verderop in de keten, zoals afvalverwerkers en afvalwaterzuiveringen, wordt dit nog complexer. Zij hebben vaak te maken met gemengde stromen, waarbij niet altijd duidelijk is welke stoffen aanwezig zijn. Dat maakt sturen op vermijding en reductie lastig. 

Tot slot 

VRP’s zijn niet alleen een theoretisch vraagstuk, maar vragen om een praktische en integrale aanpak. Juist de combinatie van inzicht in regelgeving, processen en data bepaalt of maatregelen ook echt uitvoerbaar zijn. 
Vraag of opmerking? - Neem contact op met onze Watertechnologie experts!

Vraag of opmerking?

Neem contact op met onze Watertechnologie experts!

Language is changing...