Hoe de IJsselmeerdijk zo duurzaam mogelijk wordt versterkt

MKI voor scoren van duurzaamheid
Eerst een korte uitleg: wat is een milieukostenindicator (MKI)? De MKI is een methode om de milieu-impact van materialen, producten of hele projecten ketenbreed zichtbaar en kwantitatief vergelijkbaar te maken. De methode is gebaseerd op levenscyclusanalyses (LCA), waardeert 11 milieueffecten en kan in aanbestedingen worden gebruikt als harde eis of als EMVI/BPKV-gunningscriterium. Dankzij vastgelegde bepalingsmethoden en toetsingsprotocol is de duurzaamheidsbeoordeling te toetsen in euro’s in het gehele project.
Aanbesteden en gunnen met MKI
In de aanbesteding van Versterking IJsselmeerdijk speelde dit gunningscriterium een belangrijke rol. Want niet alleen worden de MKI-scores tussen inschrijvers vergeleken; ze worden via de zogenoemde MKI-W-factor ook daadwerkelijk doorvertaald naar de inschrijfsom. Concreet betekent dit dat een inschrijver met een hogere milieu-impact een hoger bedrag op zijn prijs krijgt bijgeschreven. Wie een lage MKI realiseert, minimaliseert die ‘bijtelling’ en vergroot dus de kans op de economisch meest voordelige inschrijving. Dit maakt van duurzaamheid niet alleen een ambitie, maar een harde factor in de concurrentiepositie van marktpartijen.
Reken vanaf de eerste schetsen en formuleer concrete doelen; het ‘halveert de impact’-statement gaf richting. Gebruik MKI omdat het breder stuurt dan CO₂ en vanzelf circulariteit beloont.
Verduurzamen van dijkversterking IJsselmeerdijk
Project Versterking IJsselmeerdijk is onderdeel van het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Deze dijk tussen Lelystad en de Ketelbrug moet over 17,6 kilometer worden versterkt. De dijk is nu nog veilig, maar voldoet niet aan de nieuwe veiligheidseisen. Daarbij is ook rekening gehouden met de effecten van klimaatverandering. Vooral de gras- en steenbekleding is onvoldoende bestand tegen steeds zwaardere stormen en vanwege de verwachte peilstijging van het IJsselmeer heeft deze dijk ook een hoogteopgave.
In het project begon de verankering van duurzaamheid al in de verkenningsfase: het ambitieuze doel werd geformuleerd om de milieu-impact van het voorkeursalternatief te halveren. Om dit te toetsen koos Waterschap Zuiderzeeland bewust voor de MKI. “Een gunningsbeslissing moet juridisch te onderbouwen zijn”, vertelt Gerjan Spijkerboer, contractmanager Versterking IJsselmeerdijk bij Waterschap Zuiderzeeland. “Precies daar wringt het bij duurzaamheid soms: sommige aspecten, zoals biodiversiteit en circulariteit, zijn lastiger te kwantificeren. Daarom is er een criterium nodig dat enerzijds sectorbreed herkenbaar is en anderzijds goed uitlegbaar maakt waarom je op duurzaamheid gunt. De MKI voldoet daar het beste in.”
Reduceren van de milieu-impact in project
Want als je minder nieuwe materialen gebruikt, daalt ook de MKI-score, vertelt Michiel Wolbers, Leading Professional Sustainability in Flood Protection bij Haskoning. “Het inzetten van secundaire materialen bijvoorbeeld drukt de scores, omdat de impact van het winnen en produceren van nieuwe producten niet opnieuw wordt gemaakt - die is al een keer gemaakt.”
Wolbers maakt de vergelijking met tweedehands kleding. “De productiekosten voor het maken van een jas betaal je niet nog eens als je ’m tweedehands koopt. Zo is het ook met materiaal, zoals zand, beton en asfalt. Maak je het nieuw, betekent dat een hogere impact.”
Geen traditionele dijkversterking
In het ontwerp is de IJsselmeerdijk op het overgrote deel niet hoger en breder ontworpen, zoals vaak wel gebeurt. In plaats daarvan is gekozen om in het IJsselmeer een vooroever te realiseren: een dam die de golfslag breekt, met daarachter een zandig lichaam, natte zones en een brede rietkraag. Hierdoor ontstaat een duurzaam dijklandschap. Daarnaast worden er betere fiets- en wandelmogelijkheden aangelegd. Op de resterende circa 5 kilometer krijgt de dijk wel een traditionele dijkversterking.
Welke keuzes in het ontwerp leverden de meeste MKI-winst op? “Allereerst de besluitvorming rond zand”, vertelt Wolbers. “Voor de vooroever zijn miljoenen kubieke meters nodig. Het uitgangspunt was helder: gebruik waar mogelijk zoveel mogelijk secundair zand. Het vrijkomende zand uit nabijgelegen vaargeulen bood kansen om invulling te geven aan dit uitgangspunt. Daarnaast zorgt de nabijheid ervoor dat transport en logistiek tot het minimum kan worden beperkt, en zo dus ook de milieu-impact”
Ten tweede optimaliseerden de inschrijvers het steen- en grondgebruik in de vooroeverdam. “Door slim te ontwerpen kon het materiaalgebruik omlaag, zonder concessies aan stabiliteit. Minder primair materiaal betekent direct een lagere MKI én vaak lagere kosten”, zegt Wolbers.
Een derde voorbeeld komt uit de dijkbekleding: waterbouwasfalt waarin gerecycled asfalt uit wegreconstructies, afkomstig van asfaltprojecten uit de omgeving, wordt meegemengd. “Het is niet honderd procent secundair, maar het hergebruikte aandeel drukt de milieu-impact en maakt de verbinding met andere infraprojecten zichtbaar”, zegt Spijkerboer.
De aanbesteding bewees dat partijen zich konden onderscheiden op MKI én concurreren op prijs. Wie MKI koppelt aan ontwerpvrijheid, krijgt innovaties die zowel het milieu als de portemonnee ontzien.
Betrouwbaarheidsplan MKI
Maar wie op MKI gunt, moet zeker weten dat de belofte in het werk landt. Om dat te borgen is een Betrouwbaarheidsplan MKI nodig. Spijkerboer: “We vroegen twee dingen uit, de waarde én het verhaal erachter. Inschrijvers leggen uit hoe de berekening is opgebouwd, welke maatregelen de lage MKI-score mogelijk maken en welke risico’s die score bedreigen, zoals leveringszekerheid van secundaire materialen en emissieloos materieel. Ook is vooraf vastgelegd welke mitigerende maatregelen klaarstaan als uitgangspunten tegenvallen. Zo wordt het ‘MKI cijfer’ ook echt een concreet plan om te halen in de praktijk.
In de uitvoering koppelt het project cijfers aan de praktijk. Het Duurzaamheidsdashboard maakt de voortgang zichtbaar op MKI, CO₂ en circulariteit. Het instrument helpt prioriteren, eerder bijsturen, maakt gesprekken tussen opdrachtgever en aannemer concreet en schept vertrouwen. “Leveringsbonnen, productiekaarten en materiaalsamenstellingen geven inzicht in herkomst en mengsels en voeden de MKI”, zegt Wolbers.
Naarmate de verschillende projectfasen vorderden evolueerde de samenwerking tussen Haskoning en Zuiderzeeland. In de verkenning en planuitwerking zat Haskoning dicht op het stuur - van ontwerpeisen tot aanbestedingsstrategie. “Nu in de realisatie ligt de lead bij de aannemer; het waterschap toetst en spiegelt, met Haskoning als specialistische sparringpartner op onder meer MKI en duurzaamheid”, zegt Spijkerboer.
Lessen voor toepassen van MKI
Een belangrijke les voor de GWW-sector? Begin extreem vroeg. “Wie duurzaamheid pas in de aanbesteding introduceert, is te laat om de grootste winst te pakken”, zegt Wolbers. “Reken vanaf de eerste schetsen en formuleer concrete doelen; het ‘halveert de impact’-statement gaf richting. Gebruik MKI omdat het breder stuurt dan CO₂ en vanzelf circulariteit beloont.” Spijkerboer: “Borg én daag uit: combineer ambitieuze doelen met harde ondergrenzen, zoals percentages voor emissieloos werken. En geef de markt ruimte, want daar ontstaat het onderscheidend vermogen dat ontwerp en uitvoering echt verder brengt.
Een ander belangrijk inzicht van Spijkerboer is dat duurzaamheid niet per definitie duurder hoeft te zijn. “Integendeel: minder primair materiaal, efficiënte bouwlogistiek en hergebruik leiden vaak tot lagere kosten. De aanbesteding bewees dat partijen zich konden onderscheiden op MKI én concurreren op prijs. Wie MKI koppelt aan ontwerpvrijheid, krijgt innovaties die zowel het milieu als de portemonnee ontzien. De gedachte dat duurzaamheid altijd geld kost, wordt hiermee vanzelf weersproken.
Wolbers wijst erop dat de sector toewerkt naar een bredere verplichting van MKI in projecten richting 2027. “Rijkswaterstaat past het al langere tijd toe en andere HWBP-projecten zullen naar verwachting volgen. Grote aannemers zijn inmiddels ervaren in het werken met MKI, terwijl veel opdrachtgevers nog aan het begin staan. Juist daarom is het belangrijk dat ook andere opdrachtgevers zich de methodiek eigen maken, ervaring opdoen in projecten en aanbestedingen, en zo een gelijkwaardige sparringpartner worden van aannemers".
