Het prioriteringskader en ‘Eerder aanvragen’: wat gemeenten nú moeten doen

Steenvlinder B.V., Houben/Van Mierlo
Het nieuwe prioriteringskader van de ACM zou ervoor zorgen dat de beschikbare netcapaciteit door de systeembeheerders met ingang van 1 januari 2026 zo eerlijk mogelijk werd verdeeld. De overgang van het ‘wie het eerst komt, het eerst maalt’-principe naar een verdeling met maatschappelijke prioritering verloopt echter niet zonder slag of stoot. Het schrappen van de automatische reservering van netcapaciteit voor kleinverbruikers per 1 juli 2026 en de aanhoudende netcongestie helpen ook niet mee. Met name woningbouwprojecten komen hierdoor flink onder druk, terwijl er wel een landelijke opgave ligt van zo’n 900.000 woningen tot en met 2030. Dat betekent voor veel gemeenten en projectontwikkelaars: bouwen onder toenemende onzekerheid over de beschikbaarheid van transportcapaciteit.
Proces ‘Eerder aanvragen’
Daarom hebben de systeembeheerders in samenwerking met het rijk, de ACM, VNG en IPO het proces ‘Eerder aanvragen’ bedacht. Deze nieuwe werkwijze moet gemeenten en ontwikkelaars meer grip en voorspelbaarheid bieden zodat zij sneller zicht krijgen op de beschikbaarheid van transportcapaciteit voor hun nieuwbouwprojecten voor woningen en onderwijs. Maar op de korte termijn zorgt de invoering van deze nieuwe werkwijze op 1 oktober 2026 wel voor extra werk en veel vragen en de deadlines naderen razendsnel.
Met dit blog willen we je helpen om overzicht en regie te houden in een periode van verandering. Want wat betekent de nieuwe situatie concreet voor gemeenten? En hoe zorg je dat je niet achter de feiten aanloopt? Allereerst schetsen we met welke concrete veranderingen gemeenten en projectontwikkelaars vanaf 1 oktober te maken krijgen en wat dit betekent voor de dagelijkse praktijk. Vervolgens vertalen we dit naar de voorbereidingen die je nu al kunt treffen om soepel in te spelen op de nieuwe situatie. Tot slot laten we zien hoe we vanuit Haskoning gemeenten hierbij ondersteunen, van inzicht en strategie tot praktische uitvoering.
Met welke concrete veranderingen krijgen gemeenten vanaf 1 oktober te maken?
De nieuwe werkwijze ‘Eerder aanvragen’ gaat op 1 oktober in en geldt voor alle nieuwbouwprojecten voor woningen en onderwijs. Het proces bestaat uit 4 stappen:
1. Aanvraag transportcapaciteit en aansluitingen
2. Aanvragen maatschappelijke prioriteit
3. Transportcapaciteit vastleggen
4. Detailaanvraag initiatiefnemer/ontwikkelaar
In stap 1 verzamelen gemeenten per project (variërend van een individuele woning tot en met een complete woonwijk) informatie over de voor dat specifieke project benodigde aansluitingen en transportcapaciteit en leveren deze informatie vanaf 1 oktober aan bij de systeembeheerder, die het project op de wachtlijst plaatst. Op deze wijze kunnen gemeenten transportcapaciteit reserveren tot maximaal 10 jaar vooruit. De volgorde van de aan te vragen projecten wordt bepaald door de gemeente en de optelsom geeft inzicht in de totale capaciteitsbehoefte per gemeente, maar natuurlijk ook op andere schaalniveaus.
In stap 2 dient door middel van bewijsstukken te worden aangetoond dat het aannemelijk is dat het project daadwerkelijk gerealiseerd zal worden. Hiervoor heeft de ACM voor elk type project in het prioriteitskader en de systeemcode vastgelegd welke documenten daarvoor moeten worden ingestuurd. Het gaat vooral om verklaringen van het gemeentebestuur, overeenkomsten met ontwikkelaars en informatie uit het vigerende omgevingsplan. Op basis van deze gegevens doet de systeembeheerder in stap 3 voor elk project een aanbod voor de transportcapaciteit en aansluitingen. Door acceptatie wordt de benodigde transportcapaciteit vastgelegd. Vervolgens kan de initiatiefnemer van het project in stap 4 de systeembeheerder later meer detailinformatie verschaffen ten tijde van de verdere uitwerking van het bouwproject.
Het aanleveren van de juiste informatie en bijbehorende bewijsstukken is cruciaal voor een zo goed mogelijke positie op de wachtlijst en andersom kunnen slecht onderbouwde aanvragen de kansen daarop doen kelderen.
Welke voorbereidingen moet je nu gaan treffen?
Om niet achter de feiten aan te lopen, zijn er zijn drie concrete acties nodig:
- Gemeenten hebben nog tot 1 juli 2026 de tijd om concrete projecten die nu al voldoen aan de voorwaarden in te dienen bij de systeembeheerder, zodat deze projecten een zo gunstig mogelijke positie op de wachtlijst behouden. Dit vraagt directe actie en hierbij zijn een verleende omgevingsvergunning en een huisnummerbesluit essentieel.
- Parallel daaraan moeten gemeenten aan de slag met het samenstellen van een projectenlijst,
- En met het opstellen van beleidsregels.
Voor de projectenlijst is het noodzakelijk om per project de juiste informatie te verzamelen. Dat is zowel nodig om te kunnen voldoen aan de eisen voor het ‘Eerder aanvragen’, maar ook om als gemeente bij de aanvraag een verdedigbare prioritering aan te brengen (bijvoorbeeld op basis van realisatietermijn, planfase of maatschappelijke impact). Het aanleveren van de juiste informatie en bijbehorende bewijsstukken is cruciaal voor een zo goed mogelijke positie op de wachtlijst en andersom kunnen slecht onderbouwde aanvragen de kansen daarop doen kelderen. De wachtlijst is geen landelijke wachtlijst, maar een lokaal overzicht van aanvragen per congestiegebied. Dit vraagt ook om bestuurlijke keuzes: gemeenten zullen beleidsregels moeten vaststellen waarin zij transparant en herleidbaar vastleggen hoe in hun gemeente nieuwbouwprojecten worden geprioriteerd. Alleen met zo’n consistente en uitlegbare systematiek kunnen deze keuzes standhouden richting stakeholders, zoals (toekomstige) ontwikkelaars.
De hoofdregels voor toekenning zijn relatief eenvoudig: projecten met prioriteit komen hoger op de wachtlijst dan niet-geprioriteerde projecten en als er eenmaal maatschappelijke prioriteit is toegekend, dan geldt binnen die categorie de volgorde van aanvragen. Zodra er netcapaciteit vrijkomt, worden de aanvragen door de systeembeheerder op volgorde van de wachtlijst in dat congestiegebied toegewezen. Het tempo verschilt per regio. Afhankelijk van de beschikbare capaciteit en de plaats op de wachtlijst, kan het zijn dat sommige aanvragers al snel capaciteit krijgen, waar anderen langer zullen moeten wachten.
Hoe kunnen onze experts gemeenten in dit proces ondersteunen?
Haskoning ondersteunt al diverse gemeenten bij het voortvarend doorlopen van het ‘Eerder aanvragen’-proces, juist in deze fase waarin snelheid en onderbouwing samenkomen. Dat begint bij het leggen van een stevige (digitale) informatiebasis: welke projecten zijn concreet genoeg, wat is de verwachte doorlooptijd en – essentieel – hoeveel en welke type aansluitingen zijn nodig voor de verschillende functies in het gebied?
Dit vraagt om technische en digitale skills en onderbouwde inschattingen, waarbij Haskoning kan helpen met het in beeld brengen van vermogensbehoefte, scenario’s en bandbreedtes en de beoordeling van het beschikbare bewijsmateriaal. Tegelijk vraagt dit proces om een flexibele aanpak. De kaders en beschikbare informatie zijn deels nog in ontwikkeling; een aanpak moet dus robuust genoeg zijn om toe te werken naar de deadlines, maar wendbaar genoeg om bij te sturen op basis van nieuwe inzichten. Afwachten is immers geen optie: de deadline nadert snel en keuzes moeten tijdig worden vastgelegd.
Haskoning helpt gemeenten om deze balans te organiseren – door structuur aan te brengen in het proces van informatiegaring, de besluitvorming te onderbouwen en tegelijkertijd ruimte te houden voor actualisatie. Daarbij sluiten we aan op de behoefte van onze opdrachtgevers. Inzet kan variëren van het leveren van een projectleider om dit proces in goede banen te leiden, een taskforce met experts dat helpt bij het z.s.m. opzetten en vullen van een digitale projectenlijst tot en met juridische ondersteuning bij de beoordeling van de verzamelde bewijsstukken. Bij al deze activiteiten bouwen we voort op onze ervaringen in het begeleiden van gemeenten in het hele land op het gebied van de energie- en warmtetransitie, waardoor we geleerde lessen en best practices snel kunnen vertalen naar de lokale context.
Aan de slag met de energietransitie?
Onze adviseurs helpen je graag op weg!
